Jeruzalemkerk – ‘Uit het niets’

 

Op 24 april speelden wij het eerste concert van onze serie Monumenten 1920 in de Jeruzalemkerk in Amsterdam West

Luister hier naar Danse Lente van Joseph Jongen

’24 april 2016. Precies honderd jaar geleden, was hier nog helemaal niets:
waar onze voetzolen hier op de houten kerkvloer rusten, daar was aarde.
Aarde van de Sloter Binnenpolder, die toen nog ver buiten de stadsgrenzen van Amsterdam viel, die toebehoorde aan de gemeente Sloten.
Stel u zich eens voor:
24 april 1916, u bent een tuinder, samen met andere godsvruchtige, noeste groenlui, bewerkt u deze aarde, dag in dag uit vol vlijt en nijverheid, koestert u de kassen en warmoestuinen, uw slabedden en de enkele bonenstaken die u ook bezit. Elke ochtend staat u om vijf uur op om uw eigen praam te beladen met de oogst van de namiddag ervoor.
Met deze platte schuit, uw volgeladen praam, vaart u over de rechte sloten, helemaal naar de Kostverloren Vaart, terwijl uit de polder al her en der een haantje kraait.
De weteringen in de polder liggen hier nog 4 meter lager dan het water van de grachten in Amsterdam. Om dus in de stad te geraken wordt uw platte groentepraam zo uit de Kostverloren Vaart, overgetoomd naar de Vaart langs de Heiligeweg: de Overtoom.        Dáár begint de hoofdstad…’

‘7 september, 1919: voor Amsterdam blijkt een uitbreiding nodig; broodnodig.                     De grenswijziging van 1894 is zeer onvoldoende geweest. En dat kwaad heeft zich in den loop der jaren gewroken. Wij zitten als ʻt ware ingeklemd tusschen een aantal landelijke gemeenten, in het bijzonder Sloten. Amsterdam hijgt naar lucht! En de Hoofdstad zal die lucht weldra en eindelijk krijgen! in de ruimte.

Den slatuinen langs loopt een moeras, 

bedreigend al het reeds bereikte.

't Indroogen van dien Slooterplas,

was het laatste hoogst bereikte.

Zesduizend zal men dra woonstee geven:

Om veilig en om vrij te kunnen leven

zal het arbeidersveld, worden uitgespreid

naar den maatstaf van deezʼ nieuwen tijd...'

Teksten: Florian de Backere

____________________________________________________________

Over de Jeruzalemkerk:

De Jeruzalemkerk (1929), ontworpen door Ferdinand B. Jantzen, is de enige kerk die geheel intact is gebleven en in haar geheel representant is van de originele Amsterdamse School. De buurt en haar kerk verrezen in het open veld, als het ware ‘uit het niets’. Dit gegeven is de basis voor het programma.

De stijl van de Jeruzalemkerk
Hoe zie je aan de buitenkant van de Jeruzalemkerk dat deze kerk gebouwd is in de stijl van de Amsterdamse School? Het gebouw is een sculptuur. Let bijvoorbeeld op de symmetrie: als je het kerkgebouw in tweeën snijdt, ontstaan er twee dezelfde delen. Daarnaast is het gebouw onderdeel van de wijk, die opgebouwd is uit een reeks van sculpturen. De kerk bestaat uit baksteen en glas, de gevels zijn voorzien van ornamenten en er is sprake van symboliek.

Het interieur
Aan de binnenzijde onderscheidt de Jeruzalemkerk zich van de 19e eeuwse protestantse kerken. Daar was de indeling namelijk vrij willekeurig, zonder duidelijke liturgische uitstraling. Ferdinand B. Jantzen wilde dat iedereen zich direct zou realiseren in een kerk te zijn. Daar heeft hij goed over nagedacht.

Het interieur van de Jeruzalemkerk is symmetrisch. Ook is er een grote waarde gehecht aan liturgie en symboliek. In de ramen van de kerk zijn bijbelse voorstellingen verwerkt. Aan beide zijden van de kerk, onder de gaanderijen, zijn bijvoorbeeld de scheppingsdagen en de rustdag afgebeeld. Het grote raam op het zuiden, boven het orgel, beeldt de uitstoting uit het paradijs uit.